Wat is lassen?

Lassen is een verbindingstechniek om materialen te verbinden door middel van druk en warmte. Deze verbindingstechniek wordt met name in de metaalbewerking en werktuigbouwkunde gebruikt. Het proces werkt als volgt: tijdens het lassen wordt het plaatmateriaal op de verbindingsplaats verwarmd totdat deze zich in vloeibare of deegachtige vorm bevindt. Tijdens deze opwarming, veroorzaakt door verbranden van gas, wordt nieuw materiaal toegevoegd. Dit materiaal heet de lasdraad. Lassen zorgt voor continuïteit tussen de te verbinden delen, waardoor een krachtige constructie ontstaat.

Lassen van constructies en plaatwerk is een specialistisch beroep. Er zijn veel variabelen die invloed hebben op de kwaliteit. Het is belangrijk om niet meer te lassen dan nodig. Er zijn veel technieken waaronder kanten/zetten waarbij plaatmateriaal gebogen wordt in de juiste hoeken. Hierdoor kunnen constructies uit relatief weinig platen gelast worden. Hoogwaardig laswerk begint op de werkvoorbereiding. Het doorrekenen van de las en het aangeven van lassen op de tekening is belangrijk. Deze lasaanduidingen zijn vastgelegd in normen.

Wij zijn gespecialiseerd in laswerk. Ontdek onze mogelijkheden voor gecertificeerd lassen!

Lassen van plaatwerkLassen van constructies en plaatwerk is een specialistisch beroep.
Lassen staalconstructiesLassen is een proces waarbij materialen verbonden worden door druk en/of warmte

Lasprocessen

In de loop van de tijd zijn er veel lasprocessen ontwikkelt. Inmiddels zijn er tientallen lasprocessen. Ieder lasproces heeft weer andere kenmerken. Het toepassingsgebied verschilt ook sterk. Zo zijn er lasprocessen speciaal voor dun of juist dik plaatwerk, verschillende materiaalsoorten, voor binnen, buiten en zelfs voor onder water. De lasprocessen zijn in te delen in 6 hoofdgroepen: booglassen, elektrisch weerstandlassen, autogeenlassen, druklassen, bundellassen en de laatste categorie, een restcategorie voor overige lasprocessen.

De lasprocessen zijn vastgelegd in de EN ISO 4063. Elke lasmethode heeft verschillende voor- en nadelen. De lasprocessen die veel gebruikt worden voor plaatwerk en de lasprocessen die Tosec beheerst vallen allemaal in de categorie booglassen. Dit zijn MIG/MAG, TIG, BMBE en poederlassen. De keuze voor de juiste lasmethode is onder andere afhankelijk van materiaalsoort, het type constructie en de lashouding.

MIG/MAG lassen

MIG-lassen en MAG-lassen zijn twee verschillende lasprocessen die veel met elkaar overeenkomen. Het enige verschil is het gebruikte gas (bij MAG actief, bij MIG inert). Bij MAG lassen gaat CO2 een reactie aan met het smeltbad waardoor er een overschot aan koolstof kan ontstaan. Dit kan schadelijk zijn voor de constructie. Het MIG lassen gaat geen reactie aan met het smeltbad. Daarom wordt MIG lassen veel toegepast bij RVS en aluminium lassen. MIG/MAG lassen is veelzijdig, is gekenmerkt door een hoge neersmelt en is goed te automatiseren.

Lasproces MIG/MAG lassenUitleg van het MIG/MAG lasproces

TIG lassen

TIG-lassen is een handmatig lasproces. De toorts bevat een wolfraamelektrode om de lasboog tot stand te brengen. Met de hand wordt vervolgens het lasdraad toegevoegd. Door deze handelingen vraagt TIG-lassen een hoog vaardigheidsniveau van de lasser. De snelheid van TIG-lassen ligt lager dan bijvoorbeeld MIG-lassen. Hier staat tegenover dat met het TIG lasproces een zeer hoge laskwaliteit te behalen is. TIG-lassen maakt gebruik van inert gas en wordt vooral voor hooggelegeerd staal (RVS) en aluminium gebruikt.

Lasproces Tungsten Inert Gas lassenUitleg van het TIG lasproces

Poederlassen

Onder poederlassen is een geautomatiseerd en zeer productief lasprocedé. Tijdens het lassen wordt er een korrelig poeder toegevoegd. Het laspoeder of flux werkt als beschermende atmosfeer. Poederdek lassen heeft een paar unieke eigenschappen. Zo ligt niet alleen de lassnelheid hoog, maar is ook de lasdiepte erg groot. Voor een diepe hechting van plaatwerk. Het poeder dekt de straling en lasspetters af. Bescherming is dus niet nodig. Poederlassen is goed te automatiseren en de lasnaad is van hoge kwaliteit. Nadeel is het beperkte aantal lashoudingen omdat anders het poeder niet blijft liggen.

Lasproces onder poederdek lassenUitleg van het poederlasproces

BMBE lassen

BMBE-lassen is een lasproces waarbij een afsmeltende elektrode wordt gebruikt. De kerndraad dient als elektrode om de lasboog tot stand te brengen en is tegelijk ook het toevoegmateriaal. De gassen om de lasnaad te beschermen tegen invloeden van de buitenomgeving wordt ook gevormd vanuit de beklede elektrode. De slak die ontstaat moet na het lassen verwijderd worden. Ook is het proces niet eenvoudig te automatiseren. Daardoor is BMBE-lassen minder rendabel dan MAG-lassen. Dit proces wordt ook wel booglassen met een beklede elektrode of elektrisch lassen genoemd.

Lasproces bij BMBE lassenUitleg van het BMBE lasproces

Lasaanduidingen

Het aangeven van de lasaanduidingen op de tekening is belangrijk om het product op de juiste manier te lassen. Voor zowel de engineer en werkvoorbereider als de laser is de kennis over de lasaanduidingen van grote invloed op het eindresultaat. Om de lassymbolen juist te kunnen tekenen en lezen zijn er richtlijnen opgesteld. De richtlijnen voor de symbolische weergave van las- en soldeerverbindingen op tekeningen zijn vastgelegd in de NEN-ISO 2553 (voorheen EN-22553:1994). Lassen is een dure bewerking en bepaalt voor een groot deel de kostprijs. Door lasaanduidingen juist toe te passen kunnen extra kosten door fouten en onduidelijkheden voorkomen worden.

Aanwijspunt en referentielijn

De aanduiding van een las begint met een pijlpunt. De aanwijspunt voor het lassen kan onder elke willekeurige hoek geplaatst worden (behalve 180°). Bij een lasverbinding waarvan een zijde is voorbewerkt, wijst de pijl in de richting van het vlak dat voorbewerkt moet worden. Het laatste deel van de aanwijspunt loopt horizontaal. Hier kunnen eventueel extra symbolen op aangegeven worden. De pijl moet het oppervlak van de twee te verbinden delen raken.

In het geval van een lasnaadvoorbewerking kan hetzelfde symbool gebruikt worden om aan te geven hoe het product voorbewerkt moet worden. (Dit is alleen het geval bij een enkelzijdig voorbewerkt profiel). Bij dubbelzijdige voorbewerking wijst de pijl naar de las.

bij een bestaande las kan de aanwijspunt gebruikt worden om aan te geven dat er al een lasverbinding zit, die niet vastgelegd hoeft te worden. De aanwijspunt bevat dan een extra symbool aan het uiteinde van de horizontale lijn.

Referentielijn

De aanwijspunt kan bij complexere lasverbindingen ook een referentielijn bevatten. De referentielijn is een streeplijn die de lasverbinding aan de andere zijde van de pijlpunt aangeeft. Het lassymbool dat op de onderbroken referentielijn stat, geldt dus voor de andere zijde van de pijlpunt. Wanneer er sprake is van een tegenlas dan zal de streeplijn boven de horizontale lijn geplaatst worden. Er hoeft niet perse met een referentielijn gewerkt te worden. Een dubbele las kan ook zonder deze lijn aangegeven worden.

Basis lasaanduiding lassymboolDe basis lasaanduiding. De pijllijn kan onder iedere willekeurige hoek staan (behalve 180 graden).
lasaanduiding gestreepte referentielijnDe streeplijn geeft aan dat de verbinding niet aan de pijlzijde, maar aan de andere zijde gelast moet worden.

Lassymbolen

Plaatwerk (of constructiedelen) kan op verschillende manieren verbonden worden. De lassymbolen geven extra informatie over de voorbewerking van het plaatwerk en informatie over hoe deze plaatdelen met elkaar verbonden moeten worden. Lassymbolen worden vaak getekend als een doorsnede van de lasnaad of van de complete las. Belangrijke lassymbolen zijn:

  • 1 = V-naad
  • 2 = halve V-naad
  • 3 = X-naad
  • 4 = Y-naad
  • 5 = halve Y-naad
  • 6 = K-naad
  • 7 = Hoeklas
  • 8 = Dubbele hoeklas
Lassymbolen op tekeningVerschillende lassymbolen zoals deze aangegeven worden op de tekening.
Lassymbool en lasverbindingenDe verschilllende lassymbolen en de werkelijke lasverbinding.

Lasnaadafwerking

Veel lassen kunnen hol, bol of vlak uitgevoerd worden. Deze afwerking van de lasnaad wordt aangegeven met een toevoeging aan het lassymbool. De toevoeging geeft extra informatie over de lasnaadafwerking en de vorm van de las.

  • Vlakke las: lasnaad met een vlak oppervlak. Las vlakgeslepen met het moedermateriaal.
  • Concave las: lasnaad met een hol oppervlak. Vloeiende overloop tussen twee plaatdelen.
  • Convexe las: lasnaad met een bol oppervlak. Als het oppervlak van de las belangrijk is om sterkte technische redenen.
Lasnaadafwerking lassymbool1 = V-naad, bol profiel | 2 = halve V-naad, vlak geslepen
3 = X-naad, vlak geslepen | 4 = K-naad, bol profiel
5 = hoeklas, hol profiel | 6 = dubbele hoeklas, bol profiel
Lasnaadafwerking en lasverbindingEen bolle las wordt gebruikt als het oppervlak van de las belangrijk is (rolvlak), of om sterkte technische redenen (als overmaat).

Maatinschrijving

De maatvoering van de las kan rechts of links naast het lassymbool worden weergegeven. Met deze informatie kan de las op de juiste grootte worden aangebracht. Er zijn drie maatinschrijvingen te onderscheiden:

  • A-hoogte: geeft de hoogte (a) van de las aan.
  • Z-waarde: geeft de beenlengte (z) van de las aan.
  • S-waarde: geeft de diepte van de inbranding (S) weer.

Bij V-naden, Y-naden en aanverwante verbindingen is het alleen mogelijk om de s-waarde oftewel de diepte van de inbranding aan te geven.

Bij hoeklassen zijn de mogelijkheden voor maatinschrijving meer uitgebreid. Hier is zowel de keelhoogte met penetratiediepte (s), beenlengte (z) als keelhoogte (a-hoogte) voor te specificeren. De a-hoogte is de meest gebruikte waarde. De vuistregel voor de a-hoogte is 0.7 x de dunste plaatdikte. De las moet dan geheel rondom gelast worden (aan beide zijden voor een hoeklas en rondom bij buis of koker).

Kettinglas

De lengte van de las kan ook vastgelegd worden. Dit wordt een kettinglas genoemd. De kettinglas wordt na het lassymbool weergegeven met n x l. waarin n = het aantal lassen en l = de lengte van de las. Met een hulpmaat (e) is ook de afstand tussen de lassen vast te leggen (niet verplicht).

Maatinschrijving a-hoogte, s-waarde, z-waardeDe maatinschrijving bij lassen. De S-maat voor de penetratiediepte, De Z-maat voor de beenlengte en de A-hoogte voor de keelhoogte van de las.
lasaanduiding kettinglas symboolVoorbeeld van een kettinglas. N = het aantal lassen, L = de lengte van de las, E = een hulpmaat voor de ruimte tussen de lassen.

Richtlijnen voor het aangeven van lassen

Voor het aangegeven van lasaanduidingen zijn de volgende richtlijnen/tips beschikbaar.

  • Zet op de tekening altijd het soort las en het kwaliteitsniveau (kettinglas, aflassen, doorlassen).
  • Zet lassen die erg belangrijk zijn afzonderlijk op de tekening. Dit is duidelijker dan een kettinglas
  • Hou rekening met de sterkte van de las zoals aangegeven op de tekening.
  • Geef altijd de gewenste lasverbinding aan. Anders zal de lasser zelf een lasverbinding kiezen
  • Geef op de tekening het type afwerking aan.
  • Geef op de tekening aan of de las aan beide zijden bewerkt moet worden.
  • Geef op de tekening aan waar niet gelast mag worden met de tekst “niet lassen”

Lastechnologie

Ieder lasproces maakt gebruik van verschillende gereedschappen. Naast de toorts, laselektrodes en lasdraad zijn er technologieën die het lassen sneller, kwalitatief beter of productiever maken. Voor Tosec zijn de vier belangrijkste ondersteunende gereedschappen; de lasrobot, lastafels, lasnaadmachine en de lasmanipulator.

Lasrobot

Robotlassen is ook bij kleine series aantrekkelijk omdat het instellen van de robot tegenwoordig relatief eenvoudig is. De lasrobot heeft een 6-assige robotarm en een MIG/MAG-lasinstallatie om producten snel en goedkoop in serie te bewerken. Het werkbereik van de lasrobot is 1200 x 1200 mm.

Opspantafels voor nauwkeurig lassen

Om laswerk nauwkeurig te verrichtten wordt gebruik gemaakt van lastafels. Met dit opspansysteem kunnen gecompliceerde lasconstructies met grote nauwkeurigheid in elkaar gelast worden. Meestal wordt de lastafel gebruikt voor producten met een geringe grootte en gewicht.

Lassen met een lasmanipulator

De lasmanipulator is een ronddraaiende “tafel” waarop het product gemonteerd wordt. Door de tafel rond te draaien kan het product in de juiste houding gekanteld worden. Hierdoor kan de lasser de meest ideale laspositie aannemen. Dit komt de kwaliteit en snelheid ten goede komt. Door een lasmanipulator te gebruiken is het lassen van zware ronde producten eenvoudiger. Bovendien is een constante kwaliteit eenvoudiger te behalen. De capaciteit reikt tot maximaal 5 ton, hierdoor kan Tosec grote/zware buizen lassen.

Lasnaadmachine

Hoewel handlassen veel wordt gebruikt bij kleine series of enkelstuks, is het proces goed te automatiseren. De lasnaadmachine beweegt het lasapparaat over een baan langs het product. Dit is uitermate geschikt om gesloten profielen te lassen. Tosec heeft een lasnaadmachine met een effectieve laslengte van 6 meter. De maximale afmeting van het te lassen product is 500 mm x 500 mm x 6.000 mm.

Robotlassen pendelen manipulatorMet een lasrobot is een hoge, constante kwaliteit laswerk te behalen.
LasmanipulatorMet een lasmanipulator zijn cilindervormige producten vanuit één houding te lassen.

Lastechnieken

Laspositie

De houding waaronder gelast wordt is mede bepalend voor de kwaliteit van het laswerk. Daarom zijn er speciale schema’s om de laspositie aan te geven. In Europa wordt voor de laspositie een schema met lettercombinaties gebruikt. In Amerika wordt een alfanumeriek schema gebruikt. In deze schema’s wordt aangegeven op welke manier de las gelegd dient te worden. Het liefst zal alles onder de hand (PA) gelast worden. Wanneer dat vanuit praktisch en financieel oogpunt niet mogelijk is, bepaald de constructeur de laspositie in de lasmethodebeschrijving (LMB). Als de laspositie niet specifiek is aangegeven, is de lasser vrij om de beste houding te kiezen.

NEN-EN lasposities

  • PA hoeklas onder de hand, V-las onder de hand.
  • PB hoeklas uit de zij.
  • PF hoeklas of V-las verticaal omhoog stapelen van de las.
  • PG hoeklas of V-las verticaal naar beneden lassen van de las.
  • PD hoeklas boven het hoofd.
  • PC V-las horizontaal uit de zij.
  • PE V-las boven het hoofd.
  • PH V-las in horizontaal liggende pijp rondom lassen (stapelen).
  • PJ V-las in horizontaal liggende pijp rondom lassen (van boven naar beneden).
  • PK V-las in horizontaal liggende pijp rondom lassen.
  • H-L045 V-las in pijp onder 45° rondom lassen (stapelen).
  • J-L045 V-las in pijp onder 45° rondom lassen (van boven naar beneden).

Backinggassen en onderlegstrips
Om de las aan de achterzijde te beschermen kunnen backinggassen of onderlegstrips gebruikt worden. Het beschermen van de las is erg zinvol omdat hierdoor op vol vermogen gelast kan worden en er beduidend minder tijd nodig is voor de eerste las. Backinggas wordt toegepast op holle onderdelen die vanaf één kant te lassen zijn. Het gas verhinderd de verbinding die de lucht aangaat met de las. Het backinggas gaat uit van de inwerking van lucht op de achterzijde van de las, maar kan ook gebruikt worden als smeltbadondersteuning. Onderlegstrips zorgen ook voor smeltbadondersteuning, maar kunnen ook gebruikt worden om de las sneller te laten verlopen. De onderlegstrips kunnen staal, koper of keramiek zijn. De koperen en keramische onderlegstrips kunnen na het lassen eenvoudig verwijderd worden. De stalen strips gaan een lasverbinding aan met het plaatwerk en zijn niet meer te verwijderen.

Laskantvoorbewerking

Het plaatwerk dat gelast moet worden wordt vaak afgeschuind om de verbinding sterker te maken. Vooral bij laskanten waarbij een hoge krachtoverbrenging of water- en luchtdichtheid belangrijk zijn is de keuze van de laskantvoorbewerking belangrijk. De laskantvoorbewerking kan op verschillende manieren gemaakt worden. Via een verspanende bewerking of via een snijbewerking. Het voordeel van de verspanende bewerking is dat deze geen enkele vervuiling (oxidatie) achterlaat. Het plasmasnijden van de laskant (d.m.v. bevelcut) laat wel vervuiling achter. Wij kunnen uw laskanten frezen en plasmasnijden en eventueel ook knabbelen

Lasverbinding
Een goede las maakt voldoende gebruik van de krachtdoorvloeiing van de plaat. De keuze van de lasnaad heeft invloed op de krachtdoorvloeiing. In sommige gevallen de sterktevermindering ondergeschikt aan het doel van de constructie. In andere gevallen is de sterktevermindering een belangrijke overweging voor de keuze van de lasverbinding. Er zijn verschillende lasverbindingen die voor een correcte krachtdoorvloeiing zorgen.

  1. Lasverbinding 1 is de meest gebruikte maar ongeschikte verbinding. Er is geen correcte krachtdoorvloeiing en er kan geen stevige las gemaakt worden. Vanwege de warmte-inbreng in de hoeklas is krimpvervorming slecht onder controle te krijgen.
  2. Om de optredende krimp te ondervangen is lassen onder een kleinere hoek een betere optie. De ontstane krimp zal het product nadien rechttrekken. Daarnaast is het mogelijk om een tegenlas aan de binnenkant van het product te lassen.
  3. Om voldoende doorlas te verkrijgen, kan één kant voorbewerkt worden. De las moet goed bereikbaar zijn met de lastoorts, om dat te bereiken moet de hoek groot genoeg zijn.
  4. Bij verbinding 4 is de bereikbaarheid van de las groter, dit heeft als voordeel dat de lastoorts de te lassen onderdelen beter kan bereiken.
  5. Verbinding 5 maakt gebruik van een K-naad en wordt meestal gekozen wanneer een extreme krachtdoorvloeiing is vereist. Nadeel is dat de onderste las slecht te bereiken is met de lastoorts.
  6. Verbinding 6 is de laatste optie, dit is de meest ideale kracht-lasverbinding, maar wordt vanuit esthetisch oogpunt vaak achterwege gelaten.
LaspositiesDe houding waaronder gelast wordt is mede bepalend voor de kwaliteit van het laswerk.
LasverbindingenEr zijn verschillende lasverbindingen die voor een correcte krachtdoorvloeiing zorgen.

Gecertificeerd lassen (ISO 3834-2)

ISO 3834-2
Tosec is een ISO 3834 gecertificeerd lasbedrijf. De NEN-EN-ISO 3834 bestaat uit verschillende niveaus. Tosec is 3834-2 gecertificeerd, de zwaarste klasse. Meer informatie over de 3834-2 certificering

Voordat er begonnen mag worden met lassen wordt er eerst een lasmethodebeschrijving opgesteld. Deze zogenaamde LMB omvat de methoden die gebruikt moeten worden voor het leggen van de las. Denk hierbij aan de laspositie, lasverbinding, lassymbolen etc. Producten die volgens 3834-2 worden geproduceerd moeten voldoen aan de volgende eisen:

  • Gecertificeerd personeel
  • Gecertificeerd materiaal
  • Navolgbaar materiaal

Gecertificeerd laspersoneel
Personeel, waaronder lascoördinators, werkvoorbereiders en lassers moeten gekwalificeerd zijn. De lassers zijn volgens ISO9606-1 gecertificeerd (voorheen NEN-EN 287). De werkvoorbereiders en lascoördinator stellen lasmethodebeschrijvingen op. Deze LMB’s voldoen aan de NEN-EN-ISO 15610 norm. De LMB moet goedgekeurd zijn door een keuringsinstantie. De goedgekeurde methode veranderd dan van status en wordt een lasmethode kwalificatie. Dan mag het product/project gelast worden

Gecertificeerd materiaal
Ook het materiaal dient gecertificeerd te zijn om aan de 3834 norm te voldoen. Om aan deze eis te voldoen wordt het materiaal bestelt volgens EN-10204 3.1 certificaat. Meer informatie over al onze leverbare plaatsoorten

Navolgbaar materiaal
De certificering van het materiaal is niet voldoende. Tijdens het productie- en fabricageproces zijn de materialen bewerkt. Aan het einde van het proces moet nog precies te zien zijn uit welk materiaal het product gemaakt is en wat de mechanische en chemische eigenschappen van het materiaal zijn. Wij hebben een Lloyds overstempelbevoegdheid en kunnen plaatwerk herwaarmerken.

Lassen van constructiesWerken met gecertificeerde lassers.
Groot laswerk - constructiewerkGecertificeerd laswerk